zondag 11 september 2011

Vinkenvangen door de eeuwen heen

Eerder hebben we het al gehad over de functie van het huisje op Zeerust in de AWD. Ik dacht toen dat de portretten in het huisje die van de hoge heren waren welke door de eeuwen heen het Vinken beoefende. Na aardig wat speurwerk blijk dat toch iets anders te liggen. Dus deze keer wat minder foto's en meer tekst. :-)

Ter verduidelijking hieronder even een plaatje waarop de locaties van het Leyduin en Zeerust te zien zijn.

De vangsten op de eerste vinkenbaan 111 in het Leyduin waren teruggelopen als gevolg van de toegenomen bebossing. De baan lag in de duinen tussen de buitenplaatsen Leyduin en Woestduin. Het in 1805 gebouwde vinkenhuisje stond 'tegen over den Viersprong, waar thands het kanaal der Waterleiding zich in de beek van Leyduin stort'. Wegens onbevredigende resultaten werd een paar honderd meter ten oosten van de oorspronkelijke Zeerust-baan een nieuwe vinkenbaan aangelegd. Deze nieuwe vinkenbaan werd daar gebouwd door David van Lennep en deze vinkenbaan werd in of omstreeks 1856 in gebruik genomen.


In het vinkenhuisje bevindt zich een afzonderlijke ruimte voor de hokken van baanlopers (vogels), met boven de ingang het opschrift 'te huis voor baanloopers'.  Het huisje is een rijksmonument nr. 9713 en is gezamenlijk eigendom van de gemeenten Amsterdam en Bloemendaal. Rond 1955 is er nog wat geharrewar geweest over het feit dat de gemeente Amsterdam het vinkenhuisje het liefst aan het Nederland Openluchtmuseum in Arnhem wilde schenken, maar de burgemeester van Bloemendaal wilde daar absoluut niet aan en vond dat het huisje in Kennemerland thuishoorde.

Op een van de wanden van het huisje zijn portretten van vier bekende achttiende-eeuwse beroeps vinkers geschilderd. Wie dit heeft gedaan is niet duidelijk, maar ze zijn in ieder geval lang na de dood van deze vinkers geschilderd. Hoogst waarschijnlijk zijn de portretten gebaseerd op voorbeelden in het vinkenhuisje van de Manpad-baan in het Leyduin. Tussen de portretten bevinden zich een aantal versjes welke uit de pen van Cornelis van Lennep komen, deze versjes zijn afkomstig uit het vinkenhuisje in het Leyduin. Onder de portretten zijn de schuifjes van de kijkgaten te zien. Deze konden gesloten worden om te zorgen dat er geen geluid naar buiten kon doordringen.



Hierboven zie je o.a. het portret van Hendrik Witsenburg, een bekende beroepsvinker. Hij legde bijvoorbeeld in 1782 (in opdracht van Philip Kops) de baan in het Molenduin (Bloemendaal) aan. Voor zover ik kan achterhalen hadden de meeste beroepvinkers in de maanden dat er geen vinken gevangen konden worden nog een ander beroep. Hendrik Witsenburg was waarschijnlijk ook herbergier en dat meen ik op te mogen maken uit een oude koopacte met de volgende tekst.

"Op donderdag 6 oktober 1791 Bloemendaal, koopacte.
Den Insolventen Boedel van Hendrik Witsenburg en Jacomijntje Willemse .... ingevolge de acte van Commissie van dato ....Augustus 1791 ..... te hebben verkogt ... aan Jan Harmse Berbe Een Huis en Erve zijnd Een Herberg voorheen genaamt den Dorren Hout nu nazareth, waar in de Tapneering veele Jaaren is geexerceert"

Manus (Harmanus) Handgraaf wordt in zijn overlijdensakte (Velsen 28-12-1843) beschreven als arbeider. Ook wordt hij in het Registre Civique uit 1811 beschreven als Ouvrier (Landarbeider).
Meer heb ik niet over deze vinker kunnen vinden. De Registre Civique zijn de bevolkingslijsten uit de jaren 1796 en 1811.



Hierboven zie je het portret van Dirk van der Kodde, welke bij de Van Lenneps in dienst was als vinker. In de jaren 1770-1778 vinkte hij op de Manpad-baan in het Leyduin en later in 1805 vierde hij triomfen op de baan van Groot Bentveld. Op de Manpad-baan in het Leyduin werd Van der Kodde opgevolgd door zijn in 1758 geboren leerling Dirk van der Horst. Ook hij wordt in het Registre Civique uit 1811 beschreven als Ouvrier (Landarbeider).

Jacob Stok was in het wereldje van de achttiende-eeuwse Kennemer buitenplaatsbezitters ook welbekend. Jacob Stok heeft in 1790 een vinkenbaan met de naam 'baan van de bleekenberg' aangelegd in Bloemendaal. In een advertentie welke ik vond in de Haarlemsche Courant van 1810 wordt deze vinkenbaan te huur aangeboden. Alle toebehoren zoals netten, blinden vinken e.d. waren te bevragen bij Jacob Stok. Jacob Stok was woonachtig in Vijfhuizen onder Bloemendaal.


Er werden niet alleen vinken gevangen op de vinkenbanen, ook andere vogels zoals sijsjes, putters, spreeuwen, boomleeuweriken en de kuifleeuwerik waren de klos en allen waren ze geschikt voor consumptie in die tijd. Hieronder zien je één van de manieren om vogels te lokken, in dit geval d.m.v. een wipvogel of roervink. De vogel zat met een touwtje, of een soort tuigje aan het stokje vast. De vogel kon aan het fladderen worden gemaakt door even aan het touw aan de wipstok te trekken. Dit zou dan de aandacht trekken van de wilde vogels. Vinken en lijsters waren ongeschikt als wipvogel.

Het ging er niet altijd even zachtzinnig aan toe, want soms werden de touwtjes aan de staart bevestigd. Om te voorkomen dat de veren los zouden laten, werden de staartveren één voor één uitgetrokken en en werden de veren vervolgens weer diep in het achterlijf gedrukt. Zo kon het voor komen dat de wipvogel door deze ruwe behandeling een aantal keren per ochtend vervangen moest worden. Slecht weer kon ook fataal zijn voor de wipvogels, op 29 oktober 1809 regende het op de baan van Cornelis van Lennep in het Leyduin zo langdurig dat alle wipvogels stierven, waardoor er die dag bijna niets werd gevangen.


Druipbanen zoals hieronder te zien hadden behalve hun speciale, voor vinken aantrekkelijke beplanting twee andere grote voordelen boven vluchtbanen (open netten), dankzij de beschutting tegen de wind kon er een langer net worden gebruikt, het in greppels liggende druipnet was onttrokken aan het zicht van vogels. Bij harde wind en wanneer de vinken wild waren, leverde een open net meer op dan een druipnet.

Sommige 'zondagsvinkers' welke met kleinschalige middelen zoals lijmstokjes, knippen en dergelijke kooivogels vingen behielden een deel van de vangst voor eigen gebruiken verkochten de rest.
's Winters gebruikten vinkers vaak kleinenetten, zoals ééndeurige (sijzen)vlammetjes, waarbij ze een paar baanlopers en kooitjes met zingende blinde vinken plaatsten. In de wintermaanden werd ook veel gelijsterd. In principe kunnen er gedurende het hele jaar zangvogels worden gevangen, maar de herfst en winter lenen zich daar het best voor.


Op de vinkenbanen van het Huis te Manpad in het Leyduin en bij Zeerust zijn door de Van Lenneps in de periode 1768-1911 ruim een half miljoen vogels gevangen. Het familietotaal ligt nog hoger, want elders wonende Van Lenneps hebben gevinkt op andere banen, waaronder die van de buitenplaatsen Leyduin (Heemstede/Vogelenzang), Duinrell (Wassenaar) en Spanderswoud ('s-Graveland).
Toen de vogelwet 1912 in werking trad was het vinken al op zijn retour. De consumptie stelde aan de vooravond van het wettelijk verbod nog maar weinig voor en voor de Hollandse elite was het vinken als vermaak al niet meer zo interessant.

Een oud vinken recept:
'Steek 10 vinken aan een speetje (klein spitje), zout ze en braad ze met stukjes spek, of bak ze in eene koekepan met ruim boter. Zij moeten zeer croquant gebakken of gebraden worden op een fel vuur.' Aldus een recept van de Haagse kok François Blom uit zijn Moderne kookkunst, waarvan in 1910 de zevende druk verscheen.'

Het ooit zoveel beoefend tijdverdrijf en nevenberoep was toen nog maar een schaduw van wat het eeuwenlang was. De even spaarzame als onopvallende restanten van vinkenbaanvallen en baanbeplanting, enkele vinken huisjes en wat vangattributen die tot museumstukken zijn gepromoveerd. Het vinken zou in onze tijd ondenkbaar zijn, maar het is nou eenmaal een stukje Nederlandse geschiedenis of we het leuk vinden of niet.

Als laatste nog even wat getallen welke laten zien hoeveel vogels er toentertijd werden gevangen.

Vangsten op buitenplaatsbanen AWD, 1739-1911
Buitenplaats                 

Manpadbaan in Leyduin 
periode          aantal vangst jaren     totale vangst       gemiddelde per vangstjaar
1769-1858                 88                      345.832                        3930

Manpad-baan bij Zeerust
periode          aantal vangst jaren      totale vangst       gemiddelde per vangstjaar
1856-1911                 56                      177.259                         3165

Baan in Renbaanveld    
periode          aantal vangst jaren      totale vangst       gemiddelde per vangstjaar
1894-1911                 18                       50.249                           2792

Hoewel het niet meevalt om dit soort gegevens te achterhalen, blijft het toch leuk om uit te vissen wie de personen op de portretten zijn en wat ze in het verleden van de AWD en omgeving hebben gedaan. We weten nu een klein beetje meer over het vinken en de beroepsvinkers van weleer.

Iedereen bedankt voor de reacties op ons vorige blogbericht 'Tussen het verleden en het water'  

Groet,
Peter en Janny



AWD weetje: Tussen de Bokkenwei (Palmveld) en het Vogelenveld bevindt zich een ondergrondse grondwaterval van -1,5m naar dieper dan -60m onder het maaiveld.


13 opmerkingen:

Janny zei

Hallo Janny en Peter
Wat weten jullie hier veel vanaf mooi gedaan hoor en heel interessant complimenten
Fijne dag groetjes Janny

Loes zei

Jakkie, wat werden er akelige methodes gebruikt om die vogeltjes te vangen.
Wat een info heb je weer bij elkaar gesprokkeld, boeiend!
Groet
Loes

natuurkieker zei

Tjonge wat hebben jullie weer een research verricht voor deze blog.
Het is wat je zegt een stuk geschiedenis van ons land, maar een gewoonte waarvan ik blij ben dat die niet meer plaats vindt hier. Wel een heel interessant verhaal en weer heel wat opgestoken hier op jullie weblog. Natuurkieker Coby

Andre zei

Hoi Janny en Peter

wat een interessant verhaal, ben er laatst nog wezen kijken, helaas zat het op slot (en aan de spinrag te zien was dat ook al even)
zou leuk zijn als ze het op gezette tijden open zouden stellen

Groetjes
André

Helma zei

Ieeeeeeeee...... wat een manier om de vogeltjes te vangen brrrr!!!! Wel een vreselijk mooi blog met heelkmwat wetenswaardigheden. Dit zijn echt van die dingen die je op een dagje uit eens zou kunnen bezoeken. Ontzettend leerzaam ook.

Groetjes, Helma

Ria B zei

Ik lees jullie log en zie voor me ..... De kwartels die in Frankrijk in de supermarche liggen .
Dus ja , ik heb ze altijd laten liggen en zal ook geen vinkjes gaan roosteren...

OT. Bedankt voor jullie reactie maar ben inmiddels definiteif en voor het laatst verhuist met mn log !

ceesvg zei

Hoi Janny en Peter,
Je kan ze langzamerhand wel een encyclopedie maken, zoveel jullie weten van het AWD.
En we vergeten maar snel wat ze vroeger met de vogeltjes deden.

Gr Cees

Gonnie van de Schans zei

Hallo Peter en Janny,
Wat een gruwelijke feiten lepelen jullie ons voor. Maar het is wel echte historie. Gelukkig zijn deze praktijken in Nederland verdwenen. Trekvogels komen in andere landen soms nog in benarde situaties terecht. Hopelijk gaat ook daar in de toekomst het een en ander verbeteren voor de vogels.
Groeten, Gonnie

Cristien Fotografie zei

Wat weer een boeiende info, zo leuk hoe jullie er over vertellen alleen ja die akelige methodes daar krijg je het koud van. Groetjes Cristien

Nieske zei

wat wreed toch.....
maar idd een stukje geschiedenis,
goed van jullie om dit uit te zoeken, is vast heel veel werk, complimenten..
heb het met veel interesse gelezen!!

gr. Nieske

Ghita zei

Ach arme vinkjes.
En die vinkenspies..laat maar, niet aan mij besteed, dan zie ik ze toch liever vrolijk fluitend in de bomen.
Weer een informatieve blog.

Kementari zei

En al die jaren heb ik me afgevraagd waar dat huisje toch voor diende! Van het begin tot het einde een boeiend blog! Bedankt!
groetjes Albertine

Arjen van Elswijk zei

Hoi Janny en Peter
Prachtig verteld weer met mooie plaatjes.
Interessant wat er allemaal te vertellen is over het AWD.
Groet Arjen